Historie

Historie van HoogHiemstra
Het HoogHiemstra - Avery complex

Sinds november 1990 is dit complex bekend onder de naam Bedrijvencentrum Hooghiemstra; een verzamelgebouw voor startende en vernieuwende bedrijven.

Het familiebedrijf Hooghiemstra

De oorsprong van het complex dateert uit de tweede helft van de vorige eeuw. In 1865 besluit schipper en graanhandelaar Jurjen Sjoerd Hooghiemstra zijn boot te verkopen en zich aan de Wittevrouwensingel in Utrecht te vestigen. Ten behoeve van zijn handel in veevoer huurt hij een opslagruimte. De locatie blijkt zeer geschikt en reeds in 1880 wordt het assortiment uitgebreid met zelf gemalen voer. Vervolgens verrijst het ene pakhuis na het andere. De Biltse Grift dient als aan- en afvoer en is in die tijd nog een drukbevaren water.

In 1882 besluit de graanhandelaar zelf de granen te gaan malen. Na enige opstartproblemen besluit hij te kiezen voor de nog in ontwikkeling zijnde techniek van de stoommachine. Echter in 1887 overlijdt de oude heer Hooghiemstra en wordt zijn bedrijf door zijn zoons voortgezet. In de jaren die volgen stijgt het aantal pakhuizen verder, van vier tot zes, evenals het aantal stoommachines. -In 1911 wordt het bedrijf omgezet in de N.V. Utrechtse Fouragehandel en Voederkoe-kenfabriek, het aantal werknemers is dan gestegen tot boven de 00. In 1912 worden de eerste twee filialen opgericht: bij het station Woudenberg-Scherpenzeel en bij station de Klomp.

Omdat de activiteiten zo sterk uitbreiden, is een nieuw pakhuis nodig. Architect, M.E. Kuiler, wordt gevraagd een tijdsbepalend ontwerp te maken in de vorm van een kasteel met twee hoektorentjes. Hij laat zich inspireren door de Franse 'châteaux de l'industrie' die rond de eeuwwisseling zeer populair zijn. Reeds in 1916 wordt het pakhuis met twee verdiepingen verhoogd. De twee torentjes gaan mee omhoog, maar de spitsjes die er opzaten vervallen.

Een onzekere toekomst
In de jaren 1921 - 1925 krijgt het bedrijf er nog vijf filialen bij verspreid in Midden-Nederland en aan de Vaartsche Rijn wordt de fabriek 'De Boerenbond' aangekocht. De fabricage wordt uitgebreid met pluimveevoeders en, in 1927, met havermout. Havermout was aanvankelijk veevoer, maar is na de Eerste Wereldoorlog populair geworden als consumptiemiddel voor mensen. Hooghiemstra- is een van de drie grootste produ-centen in Nederland. Na de Tweede Wereldoorlog loopt het echter af met de havermout èn met Hooghiemstra. Het bedrijf schakelt niet tijdig genoeg over op andere producten en in 1955 moeten de poorten definitief dicht.

Na de sluiting koopt het bedrijf VRG-Papier het terrein. Enkele jaren later vestigt zich hier het dochterbedrijf 'Avery', een etiket-tenfabriek. Veel gebouwen gaan radicaal tegen de vlakte, waaronder de villa en het pakhuis achter het 'kasteel'. Daarvoor in de plaats komt nieuwbouw in een functionele bouwstijl

Oprichting Stichting Wittevrouwen Bolwerk
Het ombouwen van het complex tot woningen blijkt echter een onhaalbare zaak. Een alternatief wordt gevonden door een stichting die zowel het château als ook het nieuwbouw deel wil inrichten als bedrijfsverzamelgebouw voor startende ondernemers. Voor de uitwerking van dit plan wordt in 1988 de -Stichting Wittevrouwen Bolwerk opgericht. Er wordt een haalbaarheidsonderzoek opgesteld waaruit in eerste instantie blijkt dat het een zeer kostbare zaak gaat worden om het gehele complex te behouden. Slechts als alleen het nieuwbouw deel behouden blijft zou het financieel haalbaar zijn.

Ondertussen zit de werkgroep Industriële Archeologie Utrecht niet stil. -Volgens de werkgroep is het HoogHiemstragebouw een belangrijk industrieel monument uit het begin van de twintigste eeuw die zijn weerga in Nederland nauwelijks kent. De gemeente gaat overstag en vanaf dat moment wordt het idee van een bedrijvencentrum verder uitgewerkt. Uit een economische haalbaarheid van het Economisch Technologisch Instituut blijkt dat er zeker behoefte is aan de ruim 6.500 m2 atelier- en kantoorruimte in Utrecht-. De invulling van het pand moet dan wel wat ruimer zijn dan de Stichting in eerste instantie voor ogen stond. Op grond daarvan besluit het bestuur in overleg met de gemeente dat ook gevestigde/ vernieuwende ondernemingen zich in het pand mogen vestigen zolang dit geen filialen of dochteronderne-mingen van bestaande bedrijven zijn.

Subsidie
Om de plannen daadwerkelijk van de grond te krijgen, blijkt een forse financiële injectie noodzakelijk. De gemeente, die het belang van het project voor de lokale werkgelegenheid inziet, besluit het gebouw voor F 1,- aan de Stichting te verkopen en voor de renovatie 3,5 miljoen gulden subsidie beschikbaar te stellen. Mede dankzij deze bijdragen zijn de huurprijzen alleszins betaalbaar geworden. Voor de financiering van het overige deel van het benodigde kapitaal weet de Stichting Wittevrouwen Bol-werk nog twee financiers bij het project te betrekken die affiniteit hebben met de doelstelling van de Stichting te weten de Rabobank en de Triodosbank.

Voor de ingrijpende renovatie wordt het -architectenbureau Van Bree + Huisinga inge-schakeld. Het bureau slaagt er in het karakter van de beide delen van het gebouw te handhaven en waar mogelijk te versterken. Zo wordt ernaar gestreefd om van de twee pakhuizen één efficiënt geheel te maken waarbij echter ook de individuele karakteristieke kenmerken zoals beeldbe-palende kolommenstructuren en raamindeling en worden behouden.

Om de kosten van de verbouwing zo laag mogelijk te houden is vaak gekozen voor eenvoudige, maar aansprekende oplossin-gen. Zo geven de kleuren die gebruikt zijn voor de vloeren en het schilderwerk het hele gebouw een levendig karakter. Dank-zij de gerenoveerde en de geel geschilderde voorgevel is het pand al van ver herkenbaar. In totaal zijn in het complex ruim negentig bedrijfsruimten gerealiseerd verdeelt in kantoren, werkplaatsen en ateliers van variërende formaten.

Honderd vijfendertig jaar na de start van een bijzondere eenmanszaak konden ruim zeventig ondernemers in de voetspo-ren treden van een schipper uit Kampen.

Bibliografie
Peter Nijhof, Ed. Schulte, Herbestemming industieel erfgoed in Nederland, Zutphen 1994 Eric Figee, Vincent Delemarre, Hooghiemstra: bolwerk van Bedrijvigheid, Utrecht 1990



         

Site design by Vector

Best viewed in 1024 x 768